Levend erfgoed in het hart van Boxtel

Heilig Bloedprocessie Boxtel

Gedicht Victor Vroomhoop

Onthulling gedicht Victor Vroomhoop.

Op 31 augustus werd in Boxtel een zomerfestival gehouden ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van het Processiepark aldaar, toentertijd aangelegd om duizenden pelgrims te ontvangen tijdens de Heilig Bloedprocessie. Ik schreef voor dit jubileum het gedicht VISIOEN en onthulde dat samen met de achterkleinzoon van de schepper van het park, Christian van Zoghel.

Ik las eerst de volgende tekst:

Goedemiddag, allemaal,
Het processiepark uit mijn jeugd was een sprookjestuin waarin je verstoppertje kon spelen tussen de staties van de kruisweg en achter het hoge altaar. Althans zo komt het terug in mijn herinnering. Ook de dag dat ik als misdienaar in de processie meeliep vlakbij het baldakijn waarin de monstrans met de hostie werd rondgedragen. En ook herinner ik me dat ik op Driekoningen een boon in mijn taartpunt vond waarop men mij tot de zwarte koning kroonde die ik de hele dag mocht zijn in en buiten het park.

Toen ik ouder werd en vol nostalgie liep, leerde ik de geschiedenis achter het park kennen, dat Boxtel heel vroeger een belangrijk wonder was overkomen vanaf het moment dat priester Eligius van den Aecker tijdens zijn mis na de zogenaamde consecratie de kelk omstiet en wijn morste op het Driekoningenaltaar in de Sint Petruskerk, die inmiddels tot basiliek is verheven. Tot zijn stomme verbazing zag hij rode vlekken op de altaardoeken, terwijl er witte wijn in de kelk zat. De zinnenbeeldige betekenis was hem direct duidelijk: dit kon niet anders dan het bloed van Christus zijn. Een wonder was geboren! En zo geschiedde het, dat in 1380 deze doeken de eerste keer aan de gelovigen werden getoond. Dat tonen vond sindsdien altijd op Drievuldigheidszondag plaats, de eerste zondag na Pinksteren. Ach, dat weet u natuurlijk allemaal wel: dat gebeurde in de vorm van een processie. En dat zou eeuwen duren op de drie eeuwen na dat processies niet mochten trekken.

Maar misschien weet u niet, hoe dat er vroeger aan toe ging, hoe tegelijkertijd met de processie er een kermis trok. Zo’n beetje het samengaan van een godsdienstig feest met volksvermaak, wat vaker gebeurde in die tijd. In geschriften staat opgetekend dat er elk jaar tussen de 30.000 en 40.000 mensen, ja zelfs 50.000 bedevaartgangers, gelovigen of belangstellenden naar Boxtel trokken dat toentertijd niet meer dan 3000 inwoners telde. Stelt u zich al die mensen eens voor in dit park dat er speciaal voor ontworpen is, een menigte met vaandels en ertussendoor de muziek uit verre streken ! Ik woon al lang in Nijmegen en tijdens de Vierdaagse (ook zo’n soort bedevaart, vind ikzelf) en de feesten eromheen (ook een soort kermis) die daarbij horen, telt de stad van 190.000 inwoners er ruim een miljoen meer. Een kolossale vermeerdering, wat men vroeger ook in Boxtel ervaren moet hebben. Het was een feest waarop de hele Boxtelse gemeenschap eendrachtig samenwerkte om de toegestroomde massa te ontvangen, dé feestdag van het jaar, hoewel de kermis eromheen langer duurde.

Wie trokken naar en in Boxtel op die Drievuldigheidszondag? Velen kwamen te voet van heinde en verre omwille van dank voor een verkregen dienst, of uit pure devotie, sommigen liepen om boetedoening, anderen ter verzoening of voor een smeekbede, ook om erbij te zijn en daarbij te feesten. Velen droegen herkenbare kleding en attributen (hoed/cape/tas/staf), het zal een prachtig spektakel zijn geweest, lijkt me. In de drie eeuwen dat de processie niet trok kwamen de pelgrims samen in de schuurkerk op de Burgakker waarna men zich vermaakte in de herbergen met muziek en dans en bier, om de hoek waar ik geboren ben. Pas in 1949 trok weer een Heilig Bloedprocessie door de kom van het dorp na de Hoogmis, de kerkmis. De kermis (het woord dat daar van afgeleid is) was inmiddels een zelfstandig feest geworden.

Wat moeten dat glorievolle dagen zijn geweest, vol gemeenschapszin, gelijkgestemden, en ik meende er goed aan te doen dat nog eens in woorden te vatten, schreef een tekst, zo u wilt een gedicht waarin ik die gloed uit het verleden nog eens wil laten klinken, waarin men de grootsheid van deze plaats nog eens kon laten navoelen. En wat hier gebeurde nog eens wilde herhalen in déze ónze tijd, niet zozeer als religieus maar als een verbindend, verbroederend, bezielende feestelijkheid, een Pinksterfeest vol geestdrift die zich verbreedt, verspreidt tot in alle hoeken van onze wereld. Een illusie, een visioen? U mag het zeggen!